Wat zit er in een roodlicht paneel: leds, driver en koeling

In het kort
Een roodlicht paneel is van buiten een platte kast met lampjes. Van binnen zitten er vier onderdelen die samen bepalen wat je koopt. Hier lees je welke dat zijn en waarop je ze beoordeelt.
- Soorten leds, golflengtes en bundelhoek
- Wat de driver doet en waarom flikkeren ontstaat
- Passieve koeling tegenover een ventilator
- Zeven vragen om de techniek zelf te beoordelen
Van buiten lijkt een roodlicht paneel simpel. Een platte kast, een raster met lampjes, een snoer en een knop. Twee panelen die er in een webshop hetzelfde uitzien, kunnen van binnen echter compleet anders in elkaar zitten. En juist dat binnenwerk bepaalt hoe stil het apparaat is, hoe lang het meegaat en of het licht rustig of onrustig aanvoelt.
Deze gids loopt het paneel van binnen naar buiten door. Je leest welke onderdelen erin zitten, wat elk onderdeel doet, en welke specificatie je bij elk onderdeel opvraagt als je twee apparaten naast elkaar legt. Zonder marketingtaal, met de getallen die er wel toe doen.
De handleiding van jouw apparaat blijft leidend voor afstand en sessieduur. Dit stuk gaat over de techniek eronder.
De vier onderdelen die het paneel maken
Ontmantel je een paneel, dan houd je vier blokken over. Alles wat een fabrikant kan besparen, bespaart hij op een van deze vier.
| Onderdeel | Wat het doet | Wat je merkt als het slecht is |
|---|---|---|
| Leds op een printplaat | Maken het licht in de gekozen golflengtes | Kleurverschil tussen lampjes, snelle terugval in sterkte |
| Driver, oftewel de voeding | Zet 230 volt wisselspanning om naar stabiele gelijkstroom | Flikkeren, zoemen, uitval na een jaar |
| Koeling | Voert de warmte van de leds af | Ventilatorgeluid, of stil maar korter mee |
| Behuizing en optiek | Houdt alles vast en bepaalt waar het licht heen gaat | Licht dat alle kanten op waaiert, wiebelige standaard |
De besturing, dus het touchscreen, de timer en de afstandsbediening, is het vijfde blok. Dat is comfort en geen kern. Een paneel met een prachtig scherm en een goedkope driver is nog steeds een goedkoop paneel.
De leds: golflengte, type en bundelhoek
In vrijwel elk paneel voor thuis zitten SMD leds. Dat zijn de vierkante chipjes die plat op de printplaat gesoldeerd zitten. De meest gebruikte behuizingen zijn 3535 en 5050, genoemd naar hun afmeting in tienden van millimeters: 3,5 bij 3,5 millimeter en 5,0 bij 5,0 millimeter. In een 5050 passen meerdere chips, waardoor er twee of meer golflengtes uit een lampje kunnen komen.
Dat verklaart waarom een paneel met 7 golflengtes niet per se 7 verschillende soorten lampjes hoeft te hebben. Bij de Lumi reeks loopt het bereik van 480 tot 940 nanometer, met de nadruk op de twee best onderzochte lengtes: 660 nanometer rood en 850 nanometer nabij infrarood.
Waarom golflengte een bereik is en geen punt
Een led die als 660 nanometer wordt verkocht, geeft geen kaarsrechte lijn af. De piek ligt rond 660 en er zit een schouder omheen. In de praktijk werken fabrikanten met een tolerantie van ongeveer plus of min 10 nanometer, en met bins: sorteerklassen waarin de fabriek de geproduceerde leds indeelt.
| Golflengte | Hoe je het ziet | Wat het in een paneel doet |
|---|---|---|
| 480 nm | Blauw, goed zichtbaar | Zit in multi-golflengte panelen, telt mee voor de blauwlichtbelasting |
| 630 nm | Helder rood | Vaak gecombineerd met 660 voor een breder rood bereik |
| 660 nm | Dieprood, oogt feller dan het is | Een van de twee meest onderzochte lengtes |
| 810 nm | Nauwelijks zichtbaar, zwak roodgloeiend | Begin van het nabij infrarode gebied |
| 850 nm | Vrijwel onzichtbaar | De tweede best onderzochte lengte |
| 940 nm | Onzichtbaar voor het blote oog | Geeft geen visuele waarschuwing, dus ogen erbuiten houden |
Dat laatste is belangrijker dan het lijkt. Bij 940 nanometer lijkt een paneel half uit te staan terwijl er volop licht uit komt. Wie op zicht afgaat, schat zo'n paneel structureel verkeerd in. Een uitgebreidere uitleg per lengte staat in het stuk over golflengtes bij een roodlicht paneel.
De bundelhoek bepaalt waar het licht landt
Boven elke led zit een klein lensje. De hoek daarvan bepaalt hoe breed het licht uitwaaiert. Dit getal staat zelden in een advertentie, terwijl het net zo veel uitmaakt als het aantal leds.
| Bundelhoek | Karakter | Waar het handig voor is |
|---|---|---|
| 30 graden | Smal en geconcentreerd | Gericht op een klein vlak, op ruimere afstand |
| 60 graden | De meest gebruikte compromishoek | Een schouder, knie of gezicht op 20 tot 40 cm |
| 90 graden | Breed, gelijkmatig | Een grote lichaamszijde dicht bij het paneel |
| 120 graden | Zeer breed, veel licht naar de kamer | Sfeer meer dan gericht gebruik |
Een smalle hoek levert op dezelfde afstand meer licht per vierkante centimeter, maar over een kleiner vlak. Een brede hoek doet het omgekeerde. Er is dus geen beste hoek, alleen een hoek die bij jouw afstand en jouw gebied past.
Het aantal leds zegt weinig zonder het vermogen per led. Een paneel met 300 zwakke leds kan minder afgeven dan een paneel met 150 sterke. Vraag naar het opgenomen vermogen in watt en naar de bundelhoek, niet alleen naar het aantal lampjes.
De driver: het onderdeel waar je niets van ziet
De driver zet de 230 volt wisselspanning uit je stopcontact om naar de lage gelijkspanning waar leds op werken. Klinkt saai, maar dit is het onderdeel dat het vaakst stukgaat en dat bepaalt of het licht rustig is.
Het Nederlandse net levert 50 hertz wisselspanning. Wordt die niet goed afgevlakt, dan pulseert het licht mee met twee keer die frequentie, dus rond 100 keer per seconde. Dat heet ripple. Je ziet het meestal niet direct, maar op camera zie je strepen, en sommige mensen worden er onrustig of hoofdpijnerig van.
| Kenmerk van de driver | Wat je vraagt | Waarom het uitmaakt |
|---|---|---|
| Type regeling | Constante stroom of constante spanning | Constante stroom houdt de lichtopbrengst stabiel als de leds warm worden |
| Flikker | Percentage rimpeling, of flikkervrij bij vol vermogen | Bepaalt of het licht rustig oogt en of het op camera streept |
| Dimmen | Via stroomsterkte of via pulsbreedte | Pulsbreedte dimt door snel aan en uit te schakelen en kan zichtbaar flikkeren |
| Plaatsing | In het paneel of in een los blok aan het snoer | Een externe driver is makkelijker te vervangen en houdt warmte uit de kast |
| Beveiliging | Kortsluiting, oververhitting, overspanning | Bepaalt wat er gebeurt als er iets misgaat |
Let vooral op de derde regel. Veel panelen met een pulsfunctie of een instelbare intensiteit dimmen door de leds heel snel aan en uit te zetten. Gebeurt dat op een lage frequentie, dan is de flikkering merkbaar. Op een hoge frequentie merk je er niets van. Wat flikkeren precies is en hoe je het zelf test met je telefooncamera, staat in het stuk over een flikkervrij roodlicht paneel.
Koeling: stil of lang mee, kies maar
Leds zetten maar een deel van hun opgenomen vermogen om in licht. De rest wordt warmte, en die warmte moet weg. Wordt de chip te warm, dan neemt de lichtopbrengst af en verkort de levensduur. Dat is geen defect, dat is natuurkunde. Hoeveel uren leds in de praktijk halen en waarom ze eerder langzaam doven dan plotseling uitvallen, staat in het stuk over de levensduur van de leds in een roodlicht paneel.
Er zijn twee scholen. Passieve koeling met een aluminium achterwand die als koellichaam werkt, en actieve koeling met een of meer ventilatoren. Grote panelen combineren ze vaak.
| Passief, aluminium | Actief, ventilator | |
|---|---|---|
| Geluid | Volledig stil | Hoorbaar, meestal een zachte bromtoon |
| Onderhoud | Geen, af en toe afstoffen | Stoffilters en lagers kunnen slijten |
| Gewicht | Hoger, aluminium is zwaar | Lager bij hetzelfde vermogen |
| Dikte van de kast | Blijft plat, ongeveer 6 cm | Vraagt ruimte voor luchtstroom |
| Past bij | Compacte panelen en gematigd vermogen | Zware panelen met veel leds |
De Lumi 110 is met 31 bij 22 bij 6 centimeter en 2,5 kilo een compact paneel. De Lumi 700 is met 91 bij 30 bij 6 centimeter en 8,5 kilo bedoeld voor een groter vlak en heeft 300 leds. Beide blijven ongeveer 6 centimeter dik, wat aangeeft dat de achterwand het koelwerk doet.
Zet een paneel daarom nooit met de achterkant tegen een kussen, een gordijn of een dekbed. Het koellichaam heeft lucht nodig. Houd minimaal 10 centimeter vrij achter en boven het paneel. Stof in de ventilatiegleuven en op de aluminium achterwand werkt net zo isolerend als een kussen, dus neem de achterkant mee wanneer je je roodlicht paneel schoonmaakt en onderhoudt.
Behuizing, standaard en bevestiging
Het minst besproken onderdeel, en tegelijk het onderdeel dat bepaalt of je het apparaat blijft gebruiken. Een paneel dat je elke sessie op een stapel boeken moet balanceren, gaat de kast in.
- Uitklapbare standaard. Handig op een bureau of kaptafel. Kijk of de hoek verstelbaar is en of hij op een gladde tafel blijft staan.
- Wandmontage of over een deur. Bij grotere panelen scheelt dat vloeroppervlak. Controleer of de bevestigingsset meekomt en welk gewicht hij aankan.
- Vrijstaand op een statief. Geeft de meeste vrijheid in hoogte en afstand, maar vraagt ruimte.
- Voorkant. Glas of kunststof, wel of geen diffuser. Een diffuser maakt het licht gelijkmatiger, maar kost een deel van de opbrengst.
Ook de knoppen tellen mee. Een timer waarop je 5, 10, 15 of 20 minuten kunt kiezen is bij een paneel belangrijker dan bij een warmtelamp, omdat je nauwelijks warmte voelt en dus geen natuurlijk eindsignaal hebt.
Zo beoordeel je de techniek van een paneel
Dit is de volgorde waarin je de specificaties naloopt voordat je kiest. Je hebt er alleen de productpagina en eventueel een mail aan de aanbieder voor nodig.
- Zoek het opgenomen vermogen in wattNiet het aantal leds maal een reclamegetal, maar wat het apparaat uit het stopcontact trekt. Dat staat op het typeplaatje.
- Vraag de golflengtes met hun tolerantieBijvoorbeeld 660 nanometer plus of min 10. Een lijstje ronde getallen zonder tolerantie zegt weinig.
- Vraag de bundelhoek van de lenzen30, 60, 90 of 120 graden. Zonder dat getal kun je twee panelen niet eerlijk vergelijken.
- Vraag hoe er gedimd wordtVia stroomsterkte of via pulsbreedte, en bij welke frequentie. Dit bepaalt of een lagere stand gaat flikkeren.
- Kijk naar de koeling en de dikteAluminium achterwand betekent stil. Ventilatoren betekenen geluid maar meer ruimte voor vermogen.
- Controleer de timer en de bedieningVaste standen of vrij instelbaar, en of de instelling na uitschakelen bewaard blijft.
- Test het paneel thuis met je telefooncameraFilm het scherm van dichtbij op elke stand. Zie je bewegende strepen, dan flikkert het. Doe dat binnen je bedenktijd.
Het aantal leds staat op de doos. Het vermogen, de bundelhoek en de manier van dimmen bepalen wat je er echt aan hebt.

- 7 golflengtes van 480 tot 940 nm, met nadruk op 660 en 850 nm
- Compact: 31 x 22 x 6 cm en 2,5 kg, met uitklapbare standaard
- Touchscreen en afstandsbediening, stil en zonder warmteafgifte
- 60 dagen bedenktijd en 2 jaar garantie
Veelgemaakte fouten bij het beoordelen van de techniek
- Alleen op het aantal leds letten. Driehonderd zwakke lampjes kunnen minder doen dan honderdvijftig sterke.
- Op zicht oordelen. Nabij infrarood zie je niet. Een paneel dat half uit lijkt, staat gewoon aan.
- De bundelhoek negeren. Zonder die hoek is geen enkele vergelijking tussen twee panelen eerlijk.
- De achterkant afdekken. Tegen een kussen of gordijn kan de warmte niet weg en gaan de leds sneller achteruit.
- Een ventilator als minpunt zien. Bij zware panelen is het juist het onderdeel dat de levensduur redt.
- Denken dat een mooi scherm iets over het licht zegt. De besturing is comfort, de driver is techniek.
- Geen timer gebruiken. Je voelt geen warmte, dus je hebt geen natuurlijk moment waarop je stopt.
Wil je de specificaties van twee apparaten netjes naast elkaar leggen, gebruik dan de checklist om roodlicht panelen te vergelijken. Voor de technische opbouw van een groot paneel in het bijzonder is er het stuk over de Lumi 700 technisch uitgelegd.
Tot slot
Een roodlicht paneel is een kast met vier onderdelen: leds, een driver, koeling en een behuizing. De leds bepalen welke golflengtes eruit komen en, via de lenzen, waar dat licht landt. De driver bepaalt of het licht rustig is en hoe lang het apparaat meegaat. De koeling bepaalt of je een ventilator hoort of een zwaardere aluminium kast tilt. De behuizing bepaalt of je het ding blijft gebruiken.
Vraag daarom vier dingen op voordat je kiest: het opgenomen vermogen in watt, de golflengtes met hun tolerantie, de bundelhoek van de lenzen en de manier waarop er wordt gedimd. Met die vier antwoorden kun je twee panelen echt naast elkaar leggen. Zonder die antwoorden vergelijk je foto's.
En test na aankoop een keer rustig zelf. Film het paneel op elke stand met je telefoon, kijk of er strepen in beeld lopen, en controleer of de achterkant genoeg lucht krijgt. Twee minuten werk die je jaren gebruiksplezier scheelt.
Veelgestelde vragen
Uit welke onderdelen bestaat een roodlicht paneel?
Uit vier blokken: de leds op een printplaat, de driver die 230 volt omzet naar stabiele gelijkstroom, de koeling die de warmte afvoert, en de behuizing met de optiek en de standaard. De besturing met touchscreen en timer is comfort en geen kernonderdeel.
Wat is het verschil tussen 3535 en 5050 leds?
Die nummers zijn de afmetingen in tienden van millimeters, dus 3,5 bij 3,5 millimeter en 5,0 bij 5,0 millimeter. In een 5050 passen meerdere chips, waardoor er twee of meer golflengtes uit een lampje kunnen komen. Daarom heeft een paneel met 7 golflengtes niet per se 7 soorten lampjes.
Zegt het aantal leds iets over de sterkte van een paneel?
Weinig. Driehonderd zwakke leds kunnen minder afgeven dan honderdvijftig sterke. Kijk naar het opgenomen vermogen in watt op het typeplaatje en vraag de bundelhoek van de lenzen erbij. Pas dan vergelijk je twee panelen eerlijk.
Wat doet de bundelhoek van een led?
Die bepaalt hoe breed het licht uitwaaiert. Bij 30 graden is het smal en geconcentreerd, bij 120 graden zeer breed. Een smalle hoek geeft op dezelfde afstand meer licht op een kleiner vlak, een brede hoek minder licht op een groter vlak. De meest gebruikte compromishoek is 60 graden.
Wat is de driver in een roodlicht paneel?
De voeding die de 230 volt wisselspanning uit het stopcontact omzet naar de lage gelijkspanning waar leds op werken. Het is het onderdeel dat het vaakst stukgaat en dat bepaalt of het licht rustig oogt. Een externe driver aan het snoer is makkelijker te vervangen dan een ingebouwde.
Waarom flikkert een roodlicht paneel soms?
Het net levert 50 hertz wisselspanning. Vlakt de driver die niet goed af, dan pulseert het licht mee met ongeveer 100 keer per seconde. Ook dimmen via pulsbreedte kan zichtbaar flikkeren als de frequentie laag is. Je test het door het paneel op elke stand met je telefooncamera te filmen en op bewegende strepen te letten.
Is een ventilator in een paneel een minpunt?
Niet per se. Leds gaan minder lang mee als ze te warm worden, dus de warmte moet weg. Passieve koeling via een aluminium achterwand is stil, actieve koeling met een ventilator maakt geluid maar maakt meer vermogen mogelijk. Grote panelen combineren de twee vaak.
Mag ik een roodlicht paneel tegen de muur of tegen een kussen zetten?
Tegen een kussen, gordijn of dekbed niet. De achterwand werkt als koellichaam en heeft lucht nodig. Houd minimaal 10 centimeter vrij achter en boven het paneel, anders loopt de temperatuur op en gaan de leds sneller achteruit.
Waarom lijkt mijn paneel half uit te staan?
Waarschijnlijk staat er een golflengte aan die je niet ziet. Nabij infrarood van 850 of 940 nanometer is voor het blote oog vrijwel onzichtbaar. Het apparaat werkt gewoon. Ga dus niet op zicht af en houd je aan de opgegeven afstand en tijd.
Mag ik een paneel zelf openmaken als er iets kapot is?
Nee. Er zit netspanning in en openen laat de garantie vervallen. Neem contact op met de aanbieder. Bij Luxyor geldt 60 dagen bedenktijd en 2 jaar garantie.

