Infrarood deken in winter en zomer: welke stand en duur per seizoen

In het kort
Dezelfde stand voelt in januari heel anders dan in juli. In de winter werken 55 tot 70 graden en 30 tot 45 minuten, in de zomer 35 tot 45 graden en 15 tot 25 minuten. Je kamertemperatuur bepaalt daarbij ook de opwarmtijd.
- Stand, duur en frequentie per seizoen in een tabel
- Opwarmtijd bij 16, 20 en 24 graden kamertemperatuur
- Stappenplan om per seizoen om te schakelen
- Wat je in de overgangsmaanden doet
Dezelfde stand voelt in januari heel anders dan in juli. In de winter zet je de deken op 65 graden en zak je rustig weg. Zet je hem in augustus op dezelfde stand in een kamer van 25 graden, dan lig je binnen tien minuten te wachten tot de timer afloopt.
Hieronder staat per seizoen welke stand, welke sessieduur en welke frequentie in de praktijk werken, plus wat de kamertemperatuur met de opwarmtijd doet. De getallen gaan uit van een sauna deken die instelbaar is van ongeveer 30 tot 80 graden met een timer tot 60 minuten. De handleiding van jouw deken is altijd leidend.
Waarom het seizoen zoveel uitmaakt
Het verschil zit vooral in de kamer waar je ligt en in de temperatuur waarmee je begint. In de winter is een woonkamer 's avonds vaak 18 tot 20 graden en heb je koude voeten. In de zomer is diezelfde kamer 23 tot 27 graden en ben je al warm voordat de deken aangaat.
Dat werkt twee kanten op. In een koude kamer verliest de deken meer warmte aan de omgeving, dus het opwarmen duurt langer en een hogere stand voelt prettig. In een warme kamer is de deken snel op temperatuur en kan je lichaam zijn eigen warmte moeilijker kwijt. Je past dus twee knoppen aan, de stand en de duur, en laat de frequentie meebewegen.
Stand, duur en frequentie per seizoen
| Seizoen | Kamertemperatuur | Stand | Sessieduur | Frequentie |
|---|---|---|---|---|
| Winter, december tot februari | 17 tot 20 graden | 55 tot 70 graden | 30 tot 45 min | 3 tot 5 keer per week |
| Vroege lente, maart en april | 18 tot 21 graden | 50 tot 60 graden | 25 tot 35 min | 2 tot 4 keer per week |
| Late lente, mei | 20 tot 23 graden | 45 tot 55 graden | 20 tot 30 min | 2 tot 3 keer per week |
| Zomer, juni tot augustus | 23 tot 27 graden | 35 tot 45 graden | 15 tot 25 min | 1 tot 2 keer per week |
| Herfst, september tot november | 19 tot 22 graden | 50 tot 60 graden | 25 tot 35 min | 2 tot 4 keer per week |
Het verschil tussen hoogzomer en hartje winter is dus ongeveer 25 graden op de stand en 20 minuten op de duur. Dat is fors, en het is precies de reden dat mensen die het hele jaar op dezelfde instelling blijven staan in de zomer afhaken.
Winter: warmer, langer, en let op het afkoelen
In de koude maanden ligt het zwaartepunt op comfort. Een stand van 55 tot 70 graden en een sessie van 30 tot 45 minuten is voor de meeste mensen prettig. Warm de deken eerst 10 tot 15 minuten voor, dicht en leeg.
Het punt waar het in de winter misgaat, is het einde. Je stapt uit een deken van 65 graden een kamer van 18 graden in en koelt binnen vijf minuten af. Leg daarom droge, warme kleding en dikke sokken klaar en trek ze meteen aan.
- Kleding vooraf klaarleggen. Liefst dicht bij een warme plek, zodat je in warme kleren stapt.
- Naligtijd 15 tot 20 minuten. Langer dan in de zomer, want je koelt sneller af.
- Verwarming een graad hoger tijdens je sessie. Dat scheelt vooral bij het uitstappen.
- Warme drank erna. Rekt het behaaglijke gevoel nog 20 tot 30 minuten op.

Zomer: milder, korter, en later op de avond
In de zomer draai je alles terug. Een stand van 35 tot 45 graden en 15 tot 25 minuten is genoeg. Dat lijkt weinig, maar in een kamer van 25 graden is het verschil tussen jouw huid en de deken al klein, dus het voelt sneller warm dan je denkt.
Timing helpt meer dan de stand. Kies een moment na 21:00 uur of juist voor 8:00 uur. Ventileer de kamer een half uur van tevoren en drink 300 tot 500 milliliter water vooraf. Ook de frequentie mag omlaag: een of twee keer per week in juli en augustus, tegenover drie tot vijf keer in januari. Meer daarover staat in het artikel over een infrarood deken in de zomer mild gebruiken.
Wat de kamertemperatuur met de opwarmtijd doet
De opwarmtijd is het onderdeel dat het duidelijkst per seizoen verschilt. Onderstaande tijden zijn richtwaarden voor een deken die dicht en leeg wordt voorverwarmd.
| Ingestelde stand | Kamer 24 graden, zomer | Kamer 20 graden, voorjaar | Kamer 16 graden, winter |
|---|---|---|---|
| 40 graden | ongeveer 4 min | ongeveer 5 min | ongeveer 8 min |
| 50 graden | ongeveer 6 min | ongeveer 8 min | ongeveer 11 min |
| 60 graden | ongeveer 9 min | ongeveer 11 min | ongeveer 15 min |
| 70 graden | ongeveer 12 min | ongeveer 14 min | ongeveer 19 min |
Reken in de winter dus op 5 tot 8 minuten extra. Een sessie van 30 minuten kost in januari van begin tot eind al snel 70 minuten, tegen ongeveer 50 minuten in juli. Wat dat aan stroom betekent, staat in het stuk over het energieverbruik van een infrarood deken.
Zo schakel je om naar een nieuw seizoen
Doe dit twee keer per jaar, ergens rond eind mei en eind september. Het kost een sessie of drie om weer goed te zitten.
- Meet je kamertemperatuurEen simpele thermometer op de plek waar je ligt. Dit is het getal waar je alles op afstemt.
- Pas eerst de stand aan, niet de tijdGa 10 graden omlaag als het warmer wordt, 10 graden omhoog als het kouder wordt.
- Doe een testsessie van 20 minutenVoelt het na 10 minuten al te veel, ga dan nog 5 graden lager voordat je iets aan de tijd doet.
- Pas daarna de duur aanZomer 15 tot 25 minuten, winter 30 tot 45 minuten. Verander stand en tijd nooit tegelijk.
- Verzet je vaste tijdstipIn de zomer na 21:00 uur of voor 8:00 uur, in de winter gerust vroeg op de avond.
- Stem de frequentie afVan 3 tot 5 keer per week in de winter naar 1 tot 2 keer per week in de zomer.
Leg een thermometer op de plek waar je ligt in plaats van af te gaan op de thermostaat in de hal. Dat scheelt vaak 2 tot 3 graden.
Je verandert de stand, niet je gewoonte. Een routine die in januari werkt, houd je in juli vol door hem milder te maken.
Voorjaar en najaar: de overgangsmaanden
Maart, april, september en oktober zijn de lastigste maanden, omdat de kamertemperatuur van dag tot dag 4 tot 5 graden kan schelen. Kies dan een middenstand van 50 tot 60 graden en 25 tot 35 minuten, en pas per avond een stap van 5 graden aan. Bouw je in het najaar je routine opnieuw op, begin dan met 2 keer per week op 50 graden en 25 minuten en breid pas uit als dat drie weken vanzelf gaat. Meer daarover staat in de seizoensgids voor je infrarood deken.
Veelgemaakte fouten per seizoen
- Het hele jaar dezelfde stand. Het verschil tussen winter en zomer is ongeveer 25 graden.
- In de zomer overdag beginnen. Na 21:00 uur of voor 8:00 uur is een stuk aangenamer.
- In de winter geen kleding klaarleggen. Je koelt binnen vijf minuten af als je in een koude kamer stapt.
- Stand en tijd tegelijk veranderen. Dan weet je niet welke aanpassing het verschil maakte.
- De opwarmtijd niet meerekenen. In een koude kamer duurt dat 5 tot 8 minuten langer.

- Instelbaar van ongeveer 30 tot 80 graden, dus mild in de zomer en warm in de winter
- Timer tot 60 minuten, zodat je de duur per seizoen vastzet
- 560 watt, ongeveer 0,28 kWh per sessie van 30 minuten
- 60 dagen bedenktijd en 2 jaar garantie
Tot slot
Het seizoen bepaalt twee knoppen. In de winter 55 tot 70 graden en 30 tot 45 minuten, met 15 tot 20 minuten naligtijd en warme kleding klaar. In de zomer 35 tot 45 graden en 15 tot 25 minuten, laat op de avond en met een geventileerde kamer. Daartussenin zit een middenstand van 50 tot 60 graden.
Meet je kamertemperatuur, pas eerst de stand aan en daarna pas de tijd. Zo blijft dezelfde deken het hele jaar prettig. Verder lezen kan in de kennisbank over infrarood saunadekens.
Veelgestelde vragen
Waarom is de nazomer een goed moment voor nieuwe routines?
De vakantieperiode loopt af en er komt vanzelf meer structuur in de week. Dat maakt het makkelijker om een nieuwe gewoonte te laten aanhaken. Bovendien is het nog niet koud en donker, waardoor je rustig kunt opbouwen.
Hoe vaak neem ik het beste een rustmoment?
Begin met twee of drie keer per week en kijk hoe dat bevalt. Regelmaat werkt beter dan een lange sessie die je maar zelden haalt. Als het vanzelf gaat, kun je de frequentie of de duur uitbreiden.
Wat is een handig moment op de dag?
Veel mensen kiezen het begin van de avond, na het eten en voor de rest van de avond begint. Het markeert dan het einde van de werkdag. Kies vooral een moment dat elke week op dezelfde plek in je ritme past.
Moet ik mijn sessie aanpassen als het kouder wordt?
Dat mag. In de nazomer voelt een korte sessie op een lagere stand vaak prettiger, in de koude maanden juist iets langer en warmer. Luister naar wat comfortabel voelt en verander niet alles tegelijk.
Hoe houd ik zo'n routine vol in een druk najaar?
Zet het moment in je agenda en houd het kort genoeg om haalbaar te blijven. Koppel het aan iets wat je toch al doet, zoals opruimen na het eten. Sla je een week over, pak het dan gewoon weer op zonder er iets van te maken.

