EN 62471 en risicogroep 1 of 2 bij roodlicht uitgelegd

In het kort
Op het datablad van een roodlicht paneel staat soms RG1 of RG2 volgens EN 62471. Dat is een oogveiligheidsnorm, geen kwaliteitskeurmerk. Hier lees je wat de vier groepen betekenen en wat ze wel en niet zeggen.
- De vier risicogroepen met hun blootstellingstijden
- Waarom er op 200 millimeter wordt gemeten
- Welke gevaren bij roodlicht meetellen
- Zes stappen om een paneel zelf te controleren
Risicogroep 1 of 2 in EN 62471 zegt hoe lang je recht in een lamp mag kijken voordat een grenswaarde voor je ogen wordt overschreden, en verder niets: groep 1 staat voor 100 seconden, groep 2 voor 0,25 seconde, de tijd die je knipperreflex nodig heeft. Het is geen rapportcijfer en geen uitspraak over hoe lang je huid voor een paneel mag zitten.
Toch leest bijna iedereen die op een datablad "RG2, EN 62471" ziet staan er iets alarmerends in. Hieronder lees je welke getallen achter de vier groepen zitten, waarom de meetafstand van 200 mm de uitkomst bepaalt, waarom nabij-infrarood een apart geval is, en waarom je die groep tussen merken niet kunt vergelijken. De handleiding van jouw apparaat blijft leidend: staat daar een afstand, sessieduur of instructie over oogbescherming in, dan gaat die voor.
Fotobiologische veiligheid: wat EN 62471 meet
EN 62471 is de norm voor fotobiologische veiligheid van lampen en lampsystemen, de Europese overname van IEC 62471. Hij kijkt naar straling van 200 tot 3000 nanometer, van ultraviolet via zichtbaar licht tot ver in het infrarood.
De vraag is simpel: hoe lang mag een mens naar deze lamp kijken voordat een grenswaarde wordt overschreden. Die grenswaarden gaan over het netvlies, het hoornvlies, de ooglens en de huid. Een lab rekent per gevaar een getal uit, en het slechtst scorende gevaar bepaalt de eindgroep. Over het nut van een apparaat zegt de norm niets: een paneel in groep 0 is niet zachter van opzet, vaak betekent het minder vermogen op de meetafstand. Hoe je de opbrengst wel beoordeelt, staat in het stuk over stralingsintensiteit van een roodlicht paneel.
De meetafstand van 200 mm bepaalt de uitkomst
Dit detail bepaalt de classificatie meer dan wat ook. De norm kent twee situaties.
| Soort lamp | Meetafstand volgens de norm |
|---|---|
| Lampen voor algemene verlichting | De afstand waarop 500 lux valt, nooit minder dan 200 mm |
| Alle overige lampen en lampsystemen | 200 mm, vast |
Een roodlicht paneel en een LED masker vallen in de tweede categorie en worden dus op 20 centimeter beoordeeld. Meet je verder weg, dan valt de uitkomst per definitie lager uit, want de intensiteit neemt af met het kwadraat van de afstand. Neem 200 mm als 100 procent.
| Afstand | Relatieve intensiteit | Keer minder dan op 200 mm |
|---|---|---|
| 200 mm (normafstand) | 100 procent | 1,0 |
| 300 mm | 44 procent | 2,3 |
| 500 mm | 16 procent | 6,3 |
| 600 mm | 11 procent | 9,0 |
| 1000 mm | 4,0 procent | 25,0 |
Een paneel dat op 200 mm in groep 2 valt, geeft op de 50 tot 60 centimeter waarop de meeste mensen zitten nog 11 tot 16 procent van die intensiteit. De norm meet expres het ongunstigste geval. Dezelfde wet werkt tegen je als je te ver wegzit, zoals uitgelegd in de stralingshoek van een roodlicht paneel.
Risicogroep 1 en risicogroep 2: het verschil in seconden
De norm kent vier niveaus: Vrijgesteld, en daarna risicogroep 1, 2 en 3. De definities gaan over blootstellingstijd van het netvlies.
| Groep | Officiele omschrijving | Toegestane blootstelling | In gewone taal |
|---|---|---|---|
| Vrijgesteld, RG0 | Geen fotobiologisch gevaar bij te verwachten gebruik | 10.000 seconden | 2 uur en 47 minuten aaneengesloten |
| Risicogroep 1 | Geen gevaar door normale gedragsmatige beperkingen | 100 seconden | Ruim anderhalve minuut recht erin kijken |
| Risicogroep 2 | Geen gevaar dankzij de afwendreactie op fel licht | 0,25 seconde | Een oogwenk, 400 keer korter dan groep 1 |
| Risicogroep 3 | Gevaarlijk, ook bij kortdurende blootstelling | Korter dan 0,25 seconde | Ook een flits is te veel |
Het scharnierpunt tussen groep 1 en groep 2 is de afwendreactie: de reflex waarmee je bij fel licht binnen ongeveer 0,25 seconde je ogen dichtknijpt. Groep 2 vertrouwt op die reflex, groep 1 heeft hem niet nodig. Risicogroep 3 hoort niet bij apparatuur voor thuis maar bij industriele UV bronnen.
Hier gaat het vaak mis. Bij risicogroep 2 hoort niet: dit apparaat is na een kwart seconde gevaarlijk voor je huid. Er staat: recht in de lichtbron kijken mag niet langer duren dan een kwart seconde. Je zit met je rug of knie voor het paneel, niet met je pupil op 20 centimeter.
De harde grenswaarden achter de groepen
Achter die tijden zitten getallen. De norm geeft per gevaar een emissiegrenswaarde en het lab vergelijkt de meetwaarde daarmee. Blijft een lamp onder de kolom Vrijgesteld, dan is hij vrijgesteld; zit hij daarboven maar onder de kolom risicogroep 1, dan is hij groep 1, en zo verder.
| Gevaar | Grootheid | Vrijgesteld | Risicogroep 1 | Risicogroep 2 | Eenheid |
|---|---|---|---|---|---|
| Actinisch UV, huid en oog | E-s | 0,001 | 0,003 | 0,03 | W per m2 |
| Blauwlichtbelasting netvlies | L-b | 100 | 10.000 | 4.000.000 | W per m2 per sr |
| Thermische belasting netvlies | L-r | 28.000 door alfa | 28.000 door alfa | 71.000 door alfa | W per m2 per sr |
| Netvlies bij zwakke visuele prikkel | L-ir | 6.000 door alfa | 6.000 door alfa | 6.000 door alfa | W per m2 per sr |
| Hoornvlies en ooglens infrarood | E-ir | 100 | 570 | 3.200 | W per m2 |
Alfa is de hoekgrootte van de lichtbron zoals je oog hem ziet, in radialen: een groot vlak paneel dichtbij heeft een grote alfa, waardoor de grenswaarde voor netvliesbelasting lager wordt. Opvallend is de rij voor de zwakke visuele prikkel, waar de grenswaarde voor alle drie de groepen gelijk is. Dat heeft alles met nabij-infrarood te maken.
De risicogroep gaat over de lamp, niet over de sessie. Hij zegt niets over hoe lang je voor het paneel mag zitten met je ogen dicht of afgewend. Die sessieduur staat in de handleiding en is een aparte vraag.
Blauwlichtbelasting van het netvlies bij roodlicht
De blauwlichtbelasting is het bekendste gevaar. De norm weegt daarvoor het gebied van 300 tot 700 nanometer, maar niet gelijkmatig: de weegfunctie piekt rond 435 tot 440 nanometer en zakt daarna snel weg. Bij 630 of 660 nanometer, de golflengtes waar roodlichttherapie op draait, is de bijdrage verwaarloosbaar.
Daarom struikelt een puur rood paneel zelden op dit gevaar. Zodra er blauwe of groene leds in zitten verandert dat: een blauwe stand op 460 nanometer zit dicht bij de piek en telt zwaar mee. Een lab beoordeelt elke stand apart: een masker kan in de rode stand in groep 1 vallen en in de blauwe in groep 2, waarna de doos alleen de zwaarste stand vermeldt.
Nabij-infrarood en de afwendreactie
Hier zit het knelpunt bij roodlichtapparatuur. Nabij-infrarood van 810, 850 of 940 nanometer zie je nauwelijks of niet. Er is dus geen fel licht dat je doet knipperen, en de afwendreactie waar risicogroep 2 op vertrouwt bestaat daar niet. De norm behandelt dat apart, met het gevaar netvlies bij zwakke visuele prikkel van 780 tot 1400 nanometer en een grenswaarde die voor alle groepen gelijk is.
Dat is waarom panelen met een stevig nabij-infrarood kanaal op 200 mm makkelijker in groep 1 of 2 uitkomen dan een even sterk, puur rood paneel. Niet omdat nabij-infrarood agressiever is, maar omdat je afweer er niet op reageert. De zeven gevaren hebben elk een band: actinisch UV 200 tot 400 nm, nabij UV 315 tot 400 nm, blauwlicht 300 tot 700 nm, netvlies thermisch 380 tot 1400 nm, zwakke visuele prikkel 780 tot 1400 nm, hoornvlies en ooglens 780 tot 3000 nm, huid 380 tot 3000 nm. Bij roodlicht spelen de laatste vier de hoofdrol.
De golflengtes van drie apparaten naast de gevarengebieden
Concreet wordt dit als je de golflengtes van bekende apparaten naast die banden legt. De Lumi 110 en de Lumi 700 werken met 630 en 660 nm rood, 810 tot 940 nm nabij-infrarood en 480 nm blauw. Het RedLight masker met 630 nm rood, 520 nm groen, 460 nm blauw en 850 nm nabij-infrarood.
| Golflengte | Zit in | Bepalend gevarengebied | Zie je het? |
|---|---|---|---|
| 460 nm blauw | RedLight masker | Blauwlicht 300 tot 700 nm, dicht bij de piek | Ja, fel |
| 480 nm blauw | Lumi 110, Lumi 700 | Blauwlicht 300 tot 700 nm | Ja, fel |
| 520 nm groen | RedLight masker | Blauwlicht, lage weging | Ja |
| 630 nm rood | Alle drie | Netvlies thermisch 380 tot 1400 nm | Ja |
| 660 nm diep rood | Lumi 110, Lumi 700 | Netvlies thermisch 380 tot 1400 nm | Minder helder |
| 810 en 940 nm | Lumi 110, Lumi 700 | Zwakke prikkel en ooglens, 780 tot 3000 nm | Nauwelijks tot niet |
| 850 nm | Alle drie | Zwakke prikkel en ooglens, 780 tot 3000 nm | Vrijwel niet |
Drie van de acht golflengtes zie je vrijwel niet, en die roepen dus geen afwendreactie op. Dat verklaart waarom de norm hier strenger uitpakt dan je bij "het is toch maar rood licht" zou verwachten. Wat elke golflengte doet, staat in de uitleg over golflengtes van een roodlicht paneel en de opbouw van een concreet paneel in de Lumi 110 technisch uitgelegd.
De risicogroep gaat over recht in de lamp kijken. Hij gaat niet over hoe lang je huid voor het paneel mag zitten.
Wat risicogroep 1 of 2 praktisch betekent
Thuis komt het neer op een handvol gedragsregels, allemaal hetzelfde: houd je ogen erbuiten.
| Situatie | Bij groep 1 | Bij groep 2 |
|---|---|---|
| Paneel op je rug, benen of schouders | Geen maatregel nodig | Geen maatregel nodig |
| Paneel op je gezicht, 30 tot 60 cm | Ogen dicht of bril op | Bril op, ook kort |
| Kinderen of huisdieren in de kamer | Buiten de bundel | Buiten de bundel |
| Alleen het nabij-infrarood kanaal | Bril op | Bril op |
De twee laatste kolommen zijn bijna identiek, en dat is geen slordigheid: het verschil tussen groep 1 en 2 zit in je marge bij een blik recht in het paneel, niet in hoe je een normale sessie inricht. Wat licht met je ogen doet, staat in de gids over roodlichttherapie, je ogen en oogbescherming.
Zo controleer je de fotobiologische veiligheid van een paneel
Wil je voor een concreet apparaat weten hoe het zit, dan is dit de volgorde. Meetapparatuur heb je niet nodig, wel de juiste vragen.
- Zoek de risicogroep in de handleiding of op het typeplaatjeStaat er RG0, RG1 of RG2, dan is het beoordeeld. Staat er niets, dan is dat op zichzelf al informatie.
- Vraag op welke afstand er is gemeten200 mm is de standaard. Op 500 of 1000 mm ligt de meetwaarde 6,3 respectievelijk 25 keer lager, en is de groep niet vergelijkbaar.
- Vraag welk gevaar de groep bepaalde, en voor welke standBlauwlichtbelasting, netvliesbelasting of infrarood op de ooglens? En is elke kleurstand apart beoordeeld? De blauwe stand kan in een andere groep vallen dan de rode.
- Kijk of er een testrapport van een onafhankelijk lab isEen rapportnummer, de naam van het lab en een datum. Een sticker zonder rapport is een sticker.
- Lees welke oogbescherming de fabrikant voorschrijftBij gebruik op het gezicht is dat vaak een bril. Volg dat op, ook als je het zelf overdreven vindt.
- Noteer de opgegeven afstand en markeer hemMeet hem met een rolmaat en zet een streepje op de vloer, dan hoef je niet te schatten.
Oogbescherming bij een led masker en bij een paneel
Een LED masker is een apart geval: de leds zitten op enkele centimeters van je ogen, ver binnen de 200 mm waarop de norm meet. De omgekeerde kwadratenwet werkt daar in je nadeel, want op 50 millimeter is de intensiteit theoretisch 16 keer hoger dan op de normafstand.
Goede maskers lossen dat op met een uitsparing rond de ogen, een oogschild of een bijgeleverde bril, en met de instructie je ogen gesloten te houden. Dat is precies waar risicogroep 2 op doelt. Hoe dat uitpakt, zie je bij het RedLight masker met nekband, en de keuze tussen beide vormen in LED masker of roodlicht paneel.
Bij een paneel op het gezicht is een bril praktischer dan knijpen: je oogleden laten een deel van het rode en nabij-infrarode licht door, en tien minuten knijpen is vermoeiend. Waarvoor je een roodlichtbril gebruikt, staat in de uitleg over de roodlichtbril.

- Gesloten pasvorm, zodat er van opzij geen licht langs komt
- Handig bij een paneel of masker gericht op het gezicht
- Prettiger dan je ogen dichtknijpen tijdens de sessie
- 60 dagen bedenktijd en 2 jaar garantie
Eerlijk: risicogroepen zijn tussen merken nauwelijks te vergelijken
Alles hierboven beschrijft hoe de norm bedoeld is. Op de consumentenmarkt is de risicogroep als vergelijkingsmiddel grotendeels onbruikbaar, om drie redenen.
De meetafstand wordt zelden vermeld. Een meting op 500 mm levert ruim zes keer lagere waarden op dan een meting op de voorgeschreven 200 mm, en op 1000 mm zelfs 25 keer. Dat is genoeg om twee groepen te overbruggen. Zonder vermelde meetafstand vergelijk je getallen die anders tot stand zijn gekomen.
Veel aanbieders hebben geen testrapport. Een risicogroep op een verpakking is niet moeilijk te drukken; een rapport van een onafhankelijk lab met rapportnummer, datum, gemeten spectrum en het bepalende gevaar is zeldzamer. Regelmatig komt een genoemde groep uit de datasheet van de ledfabrikant, voor de losse leds, en niet voor het samengestelde apparaat met eigen reflectoren en behuizing. Dat is niet hetzelfde meetobject.
En Luxyor publiceert de risicogroep van zijn eigen panelen niet als openbare specificatie. Op de productpagina's van de Lumi 110, de Lumi 700 en het RedLight masker staat geen RG-classificatie. Een groep zonder meetafstand en zonder bepalend gevaar vinden wij geen bruikbare specificatie, en liever geen getal dan een getal dat je niet kunt narekenen. Het betekent wel dat je ons hierop niet met een concurrent kunt vergelijken, en dat is een reeel nadeel voor wie daarop wil selecteren.
Gebruik de risicogroep dus niet als selectiecriterium, maar als aanleiding voor twee vragen aan de aanbieder. Beoordeel het apparaat verder op golflengtes, intensiteit op gebruiksafstand en de instructies. De checklist om roodlicht panelen te vergelijken loopt die punten langs, en in de collectie roodlichttherapie panelen staan de specificaties per model onder elkaar.
Veelgemaakte fouten
- Groep 2 lezen als onveilig. Het betekent dat je er niet in moet staren, niet dat het apparaat niet thuis hoort.
- De groep lezen als sessieduur. Die 100 seconden bij groep 1 gaat over in de lamp staren, niet over hoe lang je ervoor zit.
- Even kijken of hij aanstaat. Precies de fout die de norm beschrijft; controleer vanaf de zijkant.
- Denken dat je nabij-infrarood wel voelt. 850 of 940 nanometer zie en voel je nauwelijks; er komt geen waarschuwing.
- Zonder bril met het paneel op het gezicht werken. Juist bij korte afstand is dat het scenario waar de norm voor bedoeld is.
Naast EN 62471 bestaat het technisch rapport IEC TR 62778 over de blauwlichtbelasting van armaturen, maar voor een consumentenpaneel is EN 62471 het getal dat je tegenkomt. Welke risico's bij infrarood echt spelen, staat in de veiligheid van infrarood dekens en lampen.
Tot slot
EN 62471 is een oogveiligheidsnorm, geen kwaliteitskeurmerk. Hij deelt lampen in op hoe lang je er redelijkerwijs recht in mag kijken: 10.000 seconden voor Vrijgesteld, 100 seconden voor risicogroep 1 en 0,25 seconde voor risicogroep 2.
Bij roodlicht panelen valt de uitkomst vaak in groep 1 of 2, en dat is logisch: er wordt op 200 millimeter gemeten, en drie van de acht golflengtes liggen in het nabij-infrarood dat je niet ziet en waar je dus niet voor wegkijkt. Op de 50 tot 60 centimeter waarop je zit, is de intensiteit nog 11 tot 16 procent van de meetwaarde. Geen reden om van een paneel af te zien, wel om je ogen erbuiten te houden, te richten voordat je aanzet, en bij gebruik op het gezicht een bril te dragen.
Wees realistisch over wat je met het getal kunt. Zolang meetafstand en bepalend gevaar ontbreken, is de risicogroep geen vergelijkingsmiddel tussen merken. Vraag die twee dingen aan de aanbieder: met die antwoorden erbij zegt het getal iets, zonder is het een letter met een cijfer.
Veelgestelde vragen
Moet je je ogen sluiten bij roodlichttherapie?
Bij een paneel gericht op je gezicht wel, of je draagt een bril. Bij gebruik op je rug, benen of schouders is dat niet nodig. De risicogroep in EN 62471 gaat namelijk over recht in de lichtbron kijken, niet over hoe lang je huid voor het paneel zit. Volg altijd wat de fabrikant in de handleiding voorschrijft.
Is roodlichttherapie schadelijk voor je ogen?
Niet bij normaal gebruik met je ogen dicht of afgewend. De norm rekent met de ongunstigste situatie: recht in de lamp kijken op 200 millimeter afstand. Op de 50 tot 60 centimeter waarop je in de praktijk zit, is de intensiteit nog 11 tot 16 procent van die meetwaarde.
Wat betekent EN 62471 risicogroep 1?
Risicogroep 1 betekent dat de lamp veilig is door normaal gedrag. Voor de blauwlichtbelasting van het netvlies hoort daar een grens van 100 seconden bij: ruim anderhalve minuut recht in de lamp kijken, en dat doet vrijwel niemand vrijwillig.
Is risicogroep 2 gevaarlijk?
Nee. Groep 2 betekent dat je afwendreactie de bescherming levert. Bij fel licht knijp je binnen ongeveer 0,25 seconde je ogen dicht of kijk je weg, en die reflex is genoeg. Het gaat om recht in de lichtbron kijken, niet om de sessieduur.
Welke risico's heeft roodlichttherapie voor je ogen?
Twee dingen tellen mee: de blauwlichtbelasting van het netvlies bij blauwe of groene leds, en het nabij-infrarood van 810 tot 940 nanometer dat je nauwelijks ziet en waar je dus niet automatisch voor wegkijkt. Beide zijn te ondervangen door je ogen buiten de bundel te houden.
Heb ik oogbescherming nodig bij een LED masker?
Bij een masker zitten de leds op enkele centimeters van je ogen, ver binnen de 200 millimeter waarop de norm meet. Op 50 millimeter is de intensiteit theoretisch 16 keer hoger dan op de normafstand. Gebruik daarom het oogschild of de bril die de fabrikant meelevert en houd je ogen tijdens de sessie gesloten.
Op welke afstand wordt de risicogroep gemeten?
Voor lampen die niet voor algemene verlichting bedoeld zijn, waaronder roodlicht panelen en LED maskers, is dat 200 millimeter. Vraag er altijd naar, want op 500 millimeter valt de meetwaarde al 6,3 keer lager uit en op 1000 millimeter 25 keer.
Is een paneel in groep 0 beter dan een paneel in groep 2?
Niet per se. Een zwakker paneel haalt makkelijker een lagere groep, simpelweg omdat er minder vermogen op de meetafstand aankomt. De risicogroep zegt niets over golflengtes, intensiteit of bouwkwaliteit.


